Wat Nederland zijn kinderen noemt, en waarom dat verschuift
Nameobserv is een klein project van twee mensen. Wij verzamelen openbare cijfers over voornamen, zetten ze naast elkaar en schrijven op wat opvalt. Wij verkopen niets en adviseren niemand over een naamkeuze.
Het begon in 2022 met een discussie aan een keukentafel over de vraag of Noor nu echt zo veel vaker voorkomt dan tien jaar geleden, of dat het gevoel komt doordat wij toevallig drie Noren kennen. Het antwoord bleek: allebei een beetje.
Wat je hier vindt
| Onderdeel | Inhoud |
|---|---|
| Cijfers | De vijftien meest gegeven namen per jaar, vanaf 2010 |
| Regio | Waar een naam veel vaker voorkomt dan het landelijke gemiddelde |
| Herkomst | Waar namen vandaan komen en via welke route ze hier belandden |
| Methode | Welke bron wij gebruiken en wat die bron niet kan |
Drie dingen die ons opvielen
Korte namen winnen al vijftien jaar
Het gemiddelde aantal letters van een nieuwe voornaam daalde tussen 2010 en 2025 van 5,8 naar 5,1. Dat klinkt klein, maar het is het verschil tussen Sebastiaan en Sem.
De top is vlakker geworden
In 2010 kreeg de populairste jongensnaam ruim 1,4 procent van alle jongens. In 2025 was dat nog geen 0,9 procent. Er is niet één naam die "wint"; er zijn meer namen die meedoen.
Regio doet er meer toe dan mensen denken
Sommige namen zijn landelijk onopvallend en in één provincie drie tot vier keer zo gewoon. Daar gaat de pagina Regio over.
Wij geven geen advies over namen. Vragen als "is deze naam te ouderwets" beantwoorden wij niet — dat is smaak, en cijfers zeggen daar niets zinnigs over.
In het kort
Twee mensen, Utrecht, sinds 2022. Geen advertenties, geen opdrachtgevers.
Bron
Openbare cijfers over voornamen, jaarlijks gepubliceerd. Wij bewerken ze, wij verzamelen zelf niets over personen.
Laatst bijgewerkt
4 september 2026, met de cijfers over 2025.